Peter stapte vervolgens op de Utrechtse woning van Jan van de L. af om hem te confronteren. Toen hij echter niet thuis bleek te zijn werd peter uitgenodig bij de buren. Een buurvrouw verklaarde vervolgens dat Jan van L. had verteld over de kluisroof en dat zij in zijn opdracht de postzegels op haar zolder had bewaard. Bovendien wist ze aan te wijzen waar Van de L. de kluis had gedumpt. Maar zowel de kluis als de postzegels waren inmiddels verdwenen. Het was namelijk al drie maanden na de inbraak.In onze studio namen we vervolgens een telefoongesprek op tussen de dochter van het beroofde echtpaar en de politie. Het bleek dat de recherche de ene smoes na de ander van stal haalde om niet in actie te hoeven komen. Eerst betoogde een rechercheur dat het signalement van de verdachte in het geheel niet voldeed. En toen bij de politie doordrong dat de gedupeerden inmiddels wat wijzer waren geworden, hield een politieman de dochter voor dat het signalement weliswaar voldeed, maar dat het door de invalide man opgegeven postuur van de verdachte niet klopte. Met heel veel gezucht en gesteun werd de dochter te verstaan gegeven dat ze moest ophouden met zeuren en dat er toch echt niets meer aan de zaak gedaan kon worden.Uiteindelijk moest de politie na het zien van onze reportage diep door het stof. Eerst werd de buurvrouw -die de postzegels tijdelijk op haar zolder had bewaard-gearresteerd en later ook Jan van de L. zelf. De kluis is inmiddels ook teruggevonden: leeg.




