Paskamermoord
vrijdag 9 oktober 2009, 12:57 uur
Paskamermoord

Vrijdagmorgen 30 november 1984 rond 11.30 uur treft een klant in de paskamer van kledingboetiek Manouk in Zaandam het stoffelijk overschot aan van verkoopster Sandra van Raalten (21). Haar polsen en enkels zijn samengebonden met repen stof van het paskamergordijn, haar mond is gesnoerd met een zakdoek en haar keel is doorgesneden.

Hoewel blijkt dat er ruim 250 gulden uit de kassa is ontvreemd en de gouden sieraden van Sandra spoorloos zijn, gaat de politie er niet vanuit dat er sprake is geweest van een roofmoord. Een roofovervaller zou bijvoorbeeld niet zoveel werk maken van het knevelen van het slachtoffer, zo is de opvatting. Wat het motief dan wel geweest kan zijn, blijft onduidelijk. Uit sectie op het lichaam blijkt dat er geen sprake is geweest van seksueel contact. Ook treft de technische recherche geen dadersporen aan in de winkel.

Uit onderzoek blijkt dat de laatste klant die Sandra in leven heeft gezien om 11.03 uur de winkel heeft verlaten. Een andere vrouw is om 11.15 uur de boetiek uitgestuurd door een onbekende man die haar mededeelde dat de winkel gesloten was. Op basis daarvan gaat de politie er vanuit dat de moord tussen 11.03 en 11.15 moet zijn gepleegd. De vrouw die is weggestuurd omschrijft de man als een Marokkaans of Turks type met zwart haar en rond de dertig jaar oud. Dit signalement komt overeen met de persoonsbeschrijving die een andere vrouw de politie verschaft. Zij stond op de dag van de moord vlakbij de boetiek haar ramen te lappen toen omstreeks half twaalf een man zijn handen schoonspoelde in haar emmer met water en snel weer doorliep.

Al binnen enkele dagen wijst de Zaanse recherche-coördinator Sjoerd Bos het recherchebijstandsteam op de mogelijke betrokkenheid van Kemal Erol. Deze heroïneverslaafde Turk voldoet aan het signalement en heeft bovendien een reputatie op het gebied van gewelddadige winkelovervallen.

Op 3 december 1984 is Erol betrokken bij een drugsdeal in Amsterdam die eindigt in een vechtpartij. Daarbij wordt het mes van Erol in beslag genomen en opgestuurd naar het gerechtelijk laboratorium, het latere Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het onderzoek naar dit mes zal, zo blijkt later, een van de grootste missers van het onderzoek blijken te zijn.

Aanvankelijk wordt namelijk telefonisch gemeld dat er ‘waarschijnlijk bloed van Sandra’ aan het mes zit, later wordt deze mededeling weer ingetrokken omdat de laborant zich zou hebben vergist. In maart ’87 concludeert het gerechtelijk laboratorium tenslotte dat het aangetroffen bloed op het heft en de foedraal niet afkomstig kan zijn van Sandra van Raalten. Dit pleit Erol vrij. Opmerkelijk is dat Erol nooit als verdachte is gehoord. En aangezien hij door niemand is herkend tijdens een eerdere fotoconfrontatie en een zogenaamde Oslo-confrontatie, heeft hij niets te vrezen van justitie. Eveneens opmerkelijk is overigens dat de vrouw die de vermoedelijke dader in de winkel zag nimmer met Erol is geconfronteerd.

Laatste update: vrijdag 23 oktober 2009, 09:43 uur