Mariëlla de Geus
vrijdag 9 oktober 2009, 12:56 uur
Mariëlla de Geus

Tegenover B.’s vermeende daderwetenschap staan ook verklaringen van B. die aantoonbaar onjuist of ongelofelijk zijn. Zo verklaart B. over de spermadruppels dat hij zich thuis had afgetrokken en zijn sperma in een potje had gedaan en over Mariëlla’s schaamhaar heeft gesmeerd.

Uiteindelijk komt het ultieme bewijs dat Noureddine B. niet de verkrachter van Mariëlla de Geus is. Het aangetroffen DNA is namelijk niet van hem. Toch zet het openbaar ministerie toch de vervolging van B. door. Men hangt de theorie aan dat hij mogelijk samen met iemand anders heeft gehandeld. Deze onbekende tweede dader zou dan zijn DNA op de plaats delict hebben achtergelaten.

In 2002 begint het strafproces tegen Noureddine B. Dan blijkt dat het OM toch niet zo’n sterke zaak heeft tegen de man. Hij wordt tot aan de hoogste rechtsinstantie vrijgesproken. Zijn advocaat is inmiddels met een schadevergoedingsprocedure begonnen.

Gedurende het onderzoek naar de moord op Mariëlla de Geus heeft de politie ook enkele mogelijke andere verdachten onder de loep genomen. Dit waren onder meer mensen uit de vrienden- en kennissenkring van het slachtoffer. DNA-test hebben al deze personen echter vrijgepleit.

Wat is de sleutel tot de oplossing van het gruwelijke misdrijf, waarvan Mariëlla de Geus op 4 november 2001 tussen vijf uur en half zes het slachtoffer werd? De moordenaar heeft zijn DNA op drie verschillende plaatsen achtergelaten; een belangrijk spoor dat vroeg of laat tot de dader zou moeten leiden.

Op 20 juli 2005 arresteert de politie een nieuwe verdachte in deze zaak. Het gaat om de 30-jarige Patrick van S. uit Gouda. Naar aanleiding van onze uitzending in mei 2005 is er bij de politie nieuwe belastende informatie binnengekomen over deze Van S. De Goudse Justitie-medewerker werkt mee aan een DNA-afname, en wat blijkt: zijn DNA komt overeen met de sporen die op Mariella zijn aangetroffen. Van S. geeft toe dat hij op de avond van de moord seksueel contact heeft gehad met Mariella de Geus, maar verklaart dat een ander haar heeft vermoord.

De rechtbank in Den Haag veroordeelt Patrick van S. op 27 juni 2006 tot achttien jaar cel voor de doodslag en verkrachting van Mariëlla de Geus. De verdachte gaat in hoger beroep tegen dit vonnis. Het Gerechtshof in Den Haag legt hem op 12 juni 2007 dezelfde straf op.

Patrick van S. houdt tot en met de behandeling bij de rechtbank vol dat hij Mariëlla niet heeft verkracht en om het leven heeft gebracht. Bij het Gerechtshof bekent hij de verkrachting, maar blijft de doodslag ontkennen.

Volgens het Gerechtshof is het onaannemelijk dat Mariëlla door iemand anders is vermoord. Uit technisch onderzoek zijn geen sporen naar voren gekomen die wijzen in de richting van een ander. Daarnaast heeft Patrick van S. het slachtoffer verkracht op de plaats waar zij is gedood.

De advocaat van de verdachte vindt dat het Gerechtshof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij en niet iemand anders Mariëlla heeft gedood. Hij gaat daarom in cassatie. De Hoge Raad is het niet met de advocaat eens en verwerpt het cassatieverzoek op 7 oktober 2008. Met deze uitspraak is de veroordeling van Patrick van S. definitief geworden.

Laatste update: maandag 1 november 2010, 13:57 uur