In de vroege ochtend van 30 juli 1999 wordt in de bosjes langs de Stadsgracht in Zevenaar het stoffelijk overschot gevonden van de 36-jarige Linda Mens uit Amsterdam. Ze is gewurgd. Een nog altijd onbekende dader heeft op gewelddadige wijze een einde gemaakt aan haar wilde en turbulente leven.
Linda Mens woont het grootste deel van haar leven in Amsterdam. Ze drinkt veel en is verslaafd aan gokken. Om in deze verslaving te voorzien, wringt ze zich in de meest vreemde bochten en steekt ze zich in de schulden.
Rond half april 1999 neemt Linda een opmerkelijk besluit: ze verruilt het bruisende Amsterdam om in het veel rustiger Zevenaar bij haar moeder te gaan wonen. Volgens sommigen om haar leven te beteren, volgens anderen omdat de grond haar in Amsterdam te heet onder de voeten werd.
Ook de avond voorafgaand aan de moord, op 29 juli, was Linda Mens aan het gokken. Tussen 16.30 en 18.00 uur was ze in amusementenhal Big Apple in het centrum van Zevenaar. Daarna ging ze naar haar moeders huis, waar ze tot 19.00 uur bleef, om daarna weer weg te gaan.
Volgens de politie is Linda, nadat ze om 19.00 uur voor de tweede keer bij haar moeder vertrok, opnieuw naar Big Apple gegaan. Ze speelt op gokkast nummer 19. En heeft geluk. Rond 21.30 uur verlaat Linda de gokhal om lopend koers te zetten naar het nabijgelegen café Bright Side. Ook hier neemt Linda plaats achter de gokkast en wederom lijkt het geluk aan haar zijde.




