Enschede, vrijdag 12 maart 1999. De politie arriveert bij een woning. Daar treffen ze een bloedende vrouw aan. Als de ambulance arriveert, is ze nog in leven. Maar de reanimatie mag niet baten. Om half zeven in de avond sterft ze aan haar verwonding die is veroorzaakt door een enkele kogel. De bewoner van de woning en de vriend van het slachtoffer, Gert-Jan T. wordt aangehouden omdat hij het dodelijke schot zou hebben gelost.
Het slachtoffer is Karin Josette Jane Bathoorn. Ze overlijdt ruim twee weken voor haar 37ste verjaardag.
Karin is de jongste van het Enschedese gezin Bathoorn, ze heeft drie zussen en een broer. Eind jaren tachtig vertrekt ze naar Amsterdam. De knappe blondine beleeft daar een turbulente tijd waarin ze veel cocaïne gebruikt. In die periode bevalt ze ook van een dochtertje. Maar vanwege Karin’s verslaving wordt het kind haar door de kinderbescherming afgenomen.
In 1994 keert Karin terug naar haar geboortestreek. Ze betrekt een eenvoudig flatje in Enschede. Karin heeft het niet breed. Ze ontvangt een uitkering van de Sociale Dienst en later vindt ze een baantje in de horeca, vlak over de grens in Duitsland. Haar leven is weer in rustig vaarwater terecht gekomen.
In de zomer van 1997 komt Karin Gert-Jan tegen. Deze ex-rechtenstudent is portier geweest en is dus geen onbekende in het Enschedese uitgaanscircuit. Overigens heeft hij in het verleden enkele jaren in de gevangenis gezeten wegens drugssmokkel.
Karin en Gert-Jan hadden zo’n vijftien jaar geleden korte tijd verkering, maar waren elkaar uit het oog verloren.
Het contact tussen de stadsgenoten wordt medio 1997, weer hersteld. Zij het op een laag pitje.En dan, enkele maanden later, gebeurt er iets dat het leven van de Enschedese helemaal op zijn kop zet: ze wint de Lotto en wordt in een klap miljonaire.




