De moord op de 60-jarige Jacqueline Wittenberg geniet inmiddels landelijke bekendheid als de Deventer moordzaak. Een zaak waarbij buitengewoon veel gespeculeerd is over de vraag of hoofdverdachte Ernst L. schuldig is of niet. Het gerechtshof in Den Bosch deed op 9 februari 2004 uitspraak in deze geruchtmakende zaak. Het hof acht het wettig en overtuigend bewezen dat Ernst L. de man is die de Deventer’ weduwe Wittenberg op 25 september 1999 heeft doodgestoken. Hieronder het dossier over een zaak die inmiddels is verworden tot bijzonder studiemateriaal voor menig rechtenstudent.
Op 25 september 1999 komt de als uiterst punctueel bekend staande Jacqueline Wittenberg een afspraak bij haar kapper niet na. Haar vaste kapster verbaast zich hierover en waarschuwt na een uur wachten ongerust de politie. En die treft de 60-jarige vrouw dood aan in haar woning aan de Deventer Zwolseweg. Ze blijkt op uiterst gewelddadige wijze om het leven te zijn gebracht. Eerst is ze op haar achterhoofd geslagen, daarna is ze gewurgd en vervolgens is ze vijf keer in haar borst gestoken met een keukenmes. De politie vermoedt dat ze al twee dagen dood is.
De 60-jarige weduwe heeft enkele grote gestolde bloedvlekken in haar blouse en ligt onder het portret van haar drie jaar eerder overleden man Willem Wittenberg. Hij was een in Deventer bekend zenuwarts. Zijn vrouw Jacqueline assisteerde hem in zijn praktijk.
Het leven van het kinderloze echtpaar stond in het teken van hun psychiatrische patiënten. Jacqueline Wittenberg kon de dood van haar man maar zeer moeilijk verwerken. Alles in de woning was nog exact zo als op het moment dat haar man was overleden aan een hart stilstand. Voorwerpen zoals zijn bril lagen na drie jaar nog altijd op dezelfde plek. En als ze voor belangrijke beslissingen stond ging ze altijd naar het graf van haar man om raad te vragen. Familieleden konden de weduwe er ternauwernood van af houden om een standbeeld van haar man te laten oprichten in Deventer.
Omdat er geen braaksporen zijn aan de woning vermoedt de recherche dat de moordenaar een bekende van de weduwe moet zijn geweest. Ook omdat niets van waarde is verdwenen uit de woning.
Wel wordt een braadpan, die de weduwe op zolder bewaarde en gebruikte om geld en sieraden in te verstoppen, op de grond van de praktijkkamer teruggevonden. Onduidelijk blijft echter of er iets is verdwenen.
De politie besluit om iedereen in de directe omgeving van de weduwe te horen. Buurtbewoners, vrienden en bekenden worden gehoord, maar al vrij snel wordt duidelijk dat die stuk voor stuk niets met de gruwelijke moord te maken hebben.













