Op maandagavond 24 november 1997 worden in een woning aan de Noorderbreedte 141 in Amsterdam-Noord de lichamen van de 79-jarige Henk Opentij en zijn 73-jarige vriendin Mary Run gevonden. De woning is van Henk. Mary is zijn buurvrouw. Mogelijk hebben ze er al vier of vijf dagen gelegen, zo valt af te leiden uit de post die uit de brievenbus van Opentij puilt.
De twee slachtoffers zijn op gruwelijke wijze vermoord. Henk heeft alleen in zijn borststreek al ongeveer dertig steekwonden. Verder zijn bij de twee de kelen doorgesneden. De dader of daders moeten vreselijk tekeer zijn gegaan, want het bloed zit zelfs tegen het plafond. Gezien de verwondingen denkt de politie dat er ook gebruik is gemaakt van een hamer.
Henk ligt tussen een kast en een stoel half op zijn buik gedraaid. Een rubberhandschoen is onder zijn zij gepropt. Voor zijn gruwelijke daad heeft de dader een serie messen gebruikt uit de keuken van het slachtoffer Opentij. Die messen zijn vervolgens onder het bloed en sommigen verbogen, keurig op een rijtje op de eettafel gelegd. Het zijn er een stuk of vier.
Mary Run ligt tussen de keukendeur en de eettafel. Vanuit de keuken zijn meters plastic afdekfolie uitgerold en rond haar hoofd gedrapeerd. Mary’s gezicht is deels bedekt met een theedoek. Over haar lichaam ligt bovendien een eind electriciteitssnoer. Uit de woning is niets gestolen. Alleen Opentij’s horloge (een Seiko van +/- 700 gulden) mist.
Mary Run is net gescheiden als ze in 1989 een relatie krijgt met Henk. Ze heeft uit haar huwelijk een dochter, Sylvia, die op haar beurt twee kinderen heeft.
Mary en haar dochter Sylvia leven in onmin en door allerlei ruzies heeft Mary haar dochter uiteindelijk onterfd ten gunste van haar twee kleinkinderen. Het gaat om nogal wat geld, want Mary bezit vier huizen in Amsterdam.















