Gitta van der Goot
vrijdag 9 oktober 2009, 12:54 uur
Gitta van der Goot

De meldkamer van de GGD in Rotterdam krijgt op vrijdag 7 september 2001 omstreeks half een ‘s middags een melding van een zeer verward klinkende man. Hij zegt dat zijn vrouw is ‘gevallen’ in hun woning aan de Gerdesiaweg. De meldkamer geeft aan de ambulancedienst door dat een vrouw ‘onwel’ is geworden en ‘ademhalingsmoeilijkheden’ heeft.

Wat begint als een ogenschijnlijke routineklus, blijkt al gauw een gruwelijke moordzaak waarin recherche, justitie en de rechterlijke macht op basis van hetzelfde bewijs tot verschillende conclusies komen.

De man die alarm sloeg is de dan 35-jarige Turk Ali B. De eigenaar van een autoschadebedrijfje komt tussen de middag zijn lunch ophalen die hij is vergeten. Voor zijn huis pleegt Ali met zijn gsm een kort telefoontje, daarna loopt hij de trap op naar de voordeur van zijn woning, zo verklaart hij later tegen de politie.

Ali’s 11 maanden oude zoontje staat tegen de binnenzijde van de voordeur. Terwijl Ali zich voorzichtig naar binnen wurmt, roept hij zijn vrouw, de 32-jarige Gitta van der Goot. Het blijft echter stil. Als Ali de slaapkamer inkijkt, schrikt hij enorm. Daar hangt zijn vrouw, met een snoer opgeknoopt aan de verwarmingsbuis.

Ali maakt het snoer om Gitta’s hals los en belt meteen 112. Bij aankomst constateren de ambulancebroeders dat de vrouw is overleden. Omdat zij vermoeden dat er sprake is van een misdrijf, waarschuwen zij de politie. Die stelt DNA-sporen veilig. Omdat er geen sporen van braak zijn, neemt de recherche aan dat Gitta haar moordenaar zelf binnenliet. Vermoedelijk was Gitta aan het schoonmaken, gezien de emmer water die de rechercheurs in de gang aantreffen.

Laatste update: donderdag 15 oktober 2009, 16:48 uur