In de nacht van 25 op 26 februari 1994 stappen er bij het Centraal Station van Rotterdam twee mannen in de taxi van George Frensdorff. Enkele minuten later wordt hij het slachtoffer van een brute moord. Een van dichtbij afgevuurd nekschot maakt een einde aan het leven van de 56-jarige Rotterdammer. Frensdorff hangt levenloos over zijn stuur en de motor van zijn witte Mercedes draait nog als hij wordt gevonden door een voorbijganger. Binnen een mum van tijd is de politie ter plaatse en ziet de Rotterdamse Voorburgstraat blauw van de zwaailichten.
De politie zet een team van 20 rechercheurs op de zaak. De belangrijkste getuige is de taxichauffeur Tony. Hij heeft gezien dat twee mannen bij Frensdorff in de wagen stapten toen hij begon aan zijn rit met fatale afloop.
Op de bewakingsvideo van het Centraalstation, waar Frensdorff staat te wachten op passagiers, zijn twee mannen te zien die rond hangen in de hal aan de achterzijde. Wanneer de twee uit beeld verdwijnen lopen ze in de richting van de taxi van Frensdorff. Opmerkelijk genoeg verzuimen de rechercheurs, die dit gedeelte van het onderzoek behandelen, getuige Tony deze band te laten zien.
Al snel zit er totaal geen schot meer in het onderzoek. Na vier maanden besluit de leiding het rechercheteam op te heffen. Een rechercheur, Bert Santema, kan de zaak niet loslaten en blijft in zijn eentje doorspeuren.
Als hij eind augustus 1994 terug komt van vakantie krijgt ook hij te horen dat hij verder onderzoek moet staken. Maar omdat er volgens hem nog genoeg aanknopingspunten zijn voor verder onderzoek gaat hij op eigen initiatief tussen andere zaken door toch verder met het onderzoek.
Dan ontdekt Santema dat zijn collega’s de bewuste bewakingsvideo van het Centraalstation nooit hebben laten zien aan getuige Tony. Wanneer Tony de band ziet herkent hij onmiddellijk de twee mannen als de twee die hij bij Frensdorff heeft zien instappen.
Hierdoor krijgt het onderzoek een totaal nieuwe impuls. Het wordt nu heel erg belangrijk om de identiteit van de twee mannen die op de videoband staan, te achterhalen.
Coby de Vries, de weduwe van Frensdorff, zoekt contact met Peter en vertelt hem over het bestaan van de videoband. Peter wil de band graag uitzenden en ook rechercheur Santema is daar voor. Er is dan immers een zeer grote kans dat iemand de twee verdachten herkent. Santema vraagt zijn superieuren om toestemming voor een uitzending in het programma van Peter R. de Vries, maar die zien dit niet zitten. Op 30 september krijgt Santema zelfs schriftelijk de opdracht zich niet meer met de zaak bezig te houden.




