In november 1982 treedt butler Dick van Leeuwerden in dienst bij de excentrieke, gefortuneerde weduwe Dorothea van Wijlick. De dan 38-jarige butler/verzorger is geen onbekende in het sjieke Amsterdam-Zuid en beschikt over uitstekende referenties.
Ook Dorothea van Wijlick is tevreden over hem. Zo zeer zelfs dat ze hem een paar maanden later voorstelt te trouwen. Op die manier is ze verzekerd van zijn zijn zorg tot aan haar dood en blijft Van Leeuwerden na haar dood verzorgd achter. In september 1983 trouwen ze, in het diepste geheim.
Maar vijf weken later sterft de 72-jarige weduwe Van Wijlick plotseling. Hoewel de schouwarts geen bijzonderheden opmerkt, wekt het plotselinge overlijden de argwaan van de kinderen van de oude dame. Zij vinden het verdacht dat zij destijds niet zijn gekend in het huwelijk van hun moeder en dat Van Wijlick is getrouwd met een man die er geen geheim van maakt homoseksueel te zijn.
De politie ‘slaat’ onmiddellijk ‘aan’ op de zaak. Zeker als er een dag na het overlijden van de weduwe een anoniem telefoontje binnenkomt waarin melding wordt gemaakt, dat Van Leeuwerden al eerder betrokken is geweest bij het overlijden van een gefortuneerde oude dame: de Amsterdamse weduwe Sophia Dribbel. Deze vrouw was getrouwd met haar homoseksuele chauffeur en overleed eveneens vrij plotseling. Van Leeuwerden was daarbij als butler aanwezig geweest.
Van Leeuwerden wordt op het bureau uitgenodigd voor een verhoor. Hij vertelt aan de recherche dat de weduwe die bewuste dag soep heeft gegeten en twee flessen wijn heeft gedronken. Ook heeft ze haar borrel gekregen: een glas gin met water. Buiten zweterigheid en een verhoogde bloeddruk was er die bewuste avond geen reden om aan haar gezondheid te twijfelen. Ook rij-instructeur Henk, die op de avond van het overlijden getuige was, wordt gehoord, maar hij verklaart eveneens niets verdachts te hebben opgemerkt.




