Debora Horstman
vrijdag 9 oktober 2009, 12:53 uur
Debora Horstman

Op 1 juli 1999 ontploft op de Bonhoeffersingel in Amsterdam Osdorp een autobom. De explosie kost het leven van de 26-jarige Debora Elvira Horstman, manager van een cosmetica-bedrijf. De autobom heeft in een klap een deel van haar rug weggerukt.
De auto is door het explosief als een sardineblik opengereten. Er is een groot gat geslagen in de bodem, het dak staat bol en de ruiten liggen eruit. Technisch onderzoek wijst uit dat er vermoedelijk een zware kneedbom van tussen de 250 en 500 gram is gebruikt. Het is een wonder dat er naast Debora Horstman niet meer slachtoffers zijn gevallen.

Debora Horstman (2 juli 1972), geboren in een gezin van vier kinderen. Debbie, zoals haar familie haar noemt, staat bekend als levenslustig en vrolijk. Debbie heeft een hang naar lieden van de zelfkant van de maatschappij; alle serieuze relaties die ze aangaat, zijn met mannen met een crimineel of duister verleden. Halverwege de jaren negentig verhuist ze naar Amsterdam. Debora is gesteld op luxe en komt daardoor in aanraking met mensen uit zowel de boven- als de onderwereld.

In juni 1997 leert ze de Joegoslaaf Momo P. kennen. Momo is een oliebollenbakker die er -voor zijn salaris- een uitzonderlijk luxueuze levenstijl op nahoudt. Debora hult zich in dure kleding en sieraden en leeft een waar ‘jet set’ bestaan. Het tweetal maakt vele exclusieve reizen samen: Thailand, Curacao en de Seychellen.

Op 1 oktober 1998 ontpopt Debora zich als een kleine zelfstandige. Ze laat zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel met een cosmetica-bedrijfje met de naam ‘Initials’. ‘Where it all begins’ staat er optimistisch op haar visitekaartje geschreven. Ook op relationeel vlak gaat het haar voor de wind.

Ze gaat samenwonen met Momo, die inmiddels een verblijfsvergunning heeft gekregen. Zij denken zelfs aan trouwen en het krijgen van kinderen. Het leven lijkt Debora Horstman toe te lachen. Totdat een autobom op 1 juli 1999, één dag voor haar 27ste verjaardag, een bruut einde maakt aan al haar plannen. Momo vertelt de rechercheurs dat Debora en hij die middag naar kennissen in de Marianellastraat waren gereden, om een auto op te halen. Die auto, een zwarte Volkswagen Polo, had hij vier weken daarvoor bij hen achtergelaten, omdat Debora en hij op vakantie gingen, en het in hun straat gratis parkeren was. Ze rijden die dag afzonderlijk naar deze kennissen: Debora arriveert om half twee en rijdt in een paarse VW Polo.

Momo komt even later aanrijden. Hij rijdt in een donkerblauwe Volkswagen Golf. Niet Momo, maar Debora neemt vervolgens plaats achter het stuur van de ACHTERGELATEN zwarte VW Polo. Momo neemt – opmerkelijk genoeg – plaats in de PAARSE Polo, waarmee Debora was komen aanrijden. Zijn blauwe GOLF blijft in de straat achter. Desalniettemin rijden ze daarna de straat uit en de Bonhoeffer-singel op. Momo is juist met de autoradio bezig, zo verklaart hij, als hij ineens een enorme harde klap hoort. In paniek rent hij naar de auto toe. Debora ligt over de voorstoelen heen. Momo sleept haar naar buiten en hoort haar nog kreunen. Korte tijd later overlijdt ze.

Laatste update: donderdag 29 oktober 2009, 16:29 uur