Huisbaas Zahid S. blijft formeel wel verdachte in de zaak. S. wordt na zijn vrijlating nog enkele malen verhoord door de recherche, maar daarna hoort hij niets meer.
Pas in februari 2000 -vijf jaar na de moord op Cristina – ontvangt Zahid S. een dagvaarding van Justitie. Hij wordt nog steeds verdacht van betrokkenheid bij de moord of doodslag op Cristina, maar tot een veroordeling zal het niet komen, want bij de dagvaarding zit een brief van de officier van justitie. Daarin staat dat de zaak te oud is geworden om tot een veroordeling te kunnen leiden en dat het openbaar ministerie op de zitting de rechter daarom zelf zal vragen niet ontvankelijk te worden verklaard.
Maar twee weken later krijgt de huisbaas weer een brief van justitie, met een nogal vreemde inhoud. Er staat namelijk in dat de eerste brief per ongeluk is verstuurd en dat de huisbaas waarschijnlijk alsnog voor de zaak Conte vervolgd zal worden.
Maar vervolgens duurt het maar liefst weer een jaar voordat huisbaas Zahid S. een nieuwe dagvaarding krijgt, in februari 2001. Daaruit blijkt dat de verdenking voor moord/doodslag is komen te vervallen. S. wordt nu alleen verdacht van het verduisteren van het stoffelijk overschot van Cristina en het wegmaken van sporen.
En dan – ruim zes jaar na de verdwijning van Cristina Conte in februari 1995 – begint eindelijk het proces tegen de huisbaas voor de rechtbank in Amsterdam. Op 22 maart 2001. Het is een pro forma zitting waarbij het draait om de vraag of het openbaar ministerie Zahid S. überhaupt nog mag vervolgen. Pas als de rechtbank die vraag met ja beantwoordt, kan de zaak tegen S. inhoudelijk worden behandeld.
Op 5 april doet de rechtbank uitspraak: huisbaas Z. mag niet worden vervolgd, het heeft allemaal te lang geduurd en hij heeft door de brief van februari 2000, terecht het vertrouwen mogen hebben dat de zaak tot een einde was gekomen. Het openbaar ministerie heeft het recht op vervolging verspeeld. Een ontluisterend slot van een procedure die zich jarenlang heeft voortgesleept.




