Puttense moordzaak
vrijdag 9 oktober 2009, 12:53 uur
Puttense moordzaak

De rechtszaak 2002
Op 11 februari 2002 is de rechtszaak echt van start gegaan, bij het gerechtshof in Leeuwarden. De Raadsheren en ook de advocaat generaal wilden nu voor eens en voor altijd de waarheid in wat alom De Puttense Moordzaak is gaan heten boven tafel krijgen. En dat gebeurde onder grote belangstelling van de pers.

Tijdens de vijf dagen durende zitting zijn tientallen politie- en justitiemensen en deskundigen onder ede gehoord over hun aandeel in de uiteindelijke veroordeling van de twee van Putten.

Belangrijkste getuige op de eerste zittingsdag was gynaecoloog Eskes, de man die door justitie naar voren werd geschoven als brein achter de inmiddels zeer veel besproken en omstreden sleeptheorie. Eskes herhaalde zijn standpunt nu in Leeuwarden onder ede nog eens. ‘De sleeptheorie is mij onterecht in de schoenen geschoven. Ik was destijds onvolledig geïnformeerd,’ stelde de gynaecoloog. De medicus legde uit dat het naar buiten slepen van oud sperma uit een vagina na 30 minuten helemaal niet meer mogelijk is omdat het dan al in het lichaam is vervloeid. Bovendien ging het bij Christel om een geïsoleerde druppel en helemaal niet om een sleepspoor. De sleeptheorie is dus definitief van tafel, alhoewel de advocaat generaal nu nog wel aanvullend onderzoek gelast naar de indrogingstijd van sperma buiten het lichaam om aan alle onzekerheid een einde te brengen.

Tijdens deze eerste dag kwamen onder meer ook oud-hoofdcommissaris Blaauw -met wie wij ons jarenlange onderzoek hebben gedaan- en een aantal deskundigen van het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk uitgebreid aan het woord. En soms bleek dat na 8 jaar nog tot interessante nieuwe bevindingen te leiden.

Nu pas werd onthuld dat er destijds bloedspatjes zijn aangetroffen in de slip van Christel. Dat is nooit nader onderzocht of aan de recherche bekend gemaakt. ‘Gewoon vergeten’ zei laboratorium-medewerker Jansen onder ede. Het bloedspoor wordt nu alsnog onderzocht. Ook de mededeling dat het slipje was vernietigd bleek niet te kloppen. En zo kwamen veel meer onvolkomenheden uit het dossier aan het licht.

Verder werd pijnlijk duidelijk dat van de enige aanwijzing die door justitie als bewijs destijds was gepresenteerd -twee bruine en een roze vezel op Hermans kleding- weinig meer over bleef. Deze vezels zouden afkomstig zijn van een kleedje op de plaats delict. Twee van de drie gevonden vezels konden net zo goed uit de Mercedes komen, waar de mannen vaak door het bos in reden, zo bleek nu. Bovendien moest men nu toegeven dat nooit is onderzocht of die roze vezel misschien wel gewoon uit Hermans woning afkomstig was. De vezel kon in ieder geval niet met “aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” aan het matje worden toegeschreven.

Laatste update: donderdag 10 november 2011, 14:35 uur