Overigens kunnen de sieraden nooit meer worden achterhaald. Ze zijn omgesmolten door een Amsterdamse juwelier. Cas S. blijkt bovendien een bekende te zijn van het slachtoffer. Hij was klusjesman van haar buurvrouw en op de dag van de moord heeft hij thee gedronken bij het slachtoffer.
Tijdens dit onderzoek ontdekt de politie van Lelystad dat er recent nog een verdacht sterfgeval is geweest in de omgeving van Cas S. : de 82-jarige mevrouw Dirksen uit Amsterdam. Zij was namelijk de moeder van zijn vriendin Nina.
Er wordt contact gezocht met de Amsterdamse politie en die laat de zeven sigarettenpeuken die in haar prullenbak waren gevonden op dna onderzoeken. Het blijkt dat alle zeven peuken door Cas S. zijn gerookt. En hiermee is Cas S. opeens verdachte van twee moorden op bejaarde vrouwen.
Extra verdacht is het dat Cas stellig ontkent dat hij de maanden voor de moord in de woning van mevrouw Dirksen is geweest, terwijl er dus wel zijn peuken zijn gevonden.
Ook is inmiddels gebleken dat Cas S. over daderkennis beschikte in de moordzaak in Amsterdam. Hij wist bij voorbeeld nog voor de recherche dat had bekendgemaakt wat haar verwondingen waren.
Maar al deze feiten en omstandigheden houden geen stand in de rechtzaal. Cas S. wordt vrijgesproken na een eis van 20 jaar. Justitie gaat direct in hoger beroep. De raadsheren van het Gerechtshof in Arnhem verzoeken dan om aanvullend dna-onderzoek naar de peuken en een nader getuigenverhoor van de buurvrouw van mevrouw Van Scheppingen waar Cas klusjesman was. Tijdens een volgende zitting komt de buurvrouw echter niet opdagen en het dna-onderzoek wordt niet juist uitgevoerd.
De zaak wordt weer uitgesteld en begin 2001 was er dan eindelijk de laatste rechtzitting voor het Hof in Arnhem. Daar werd het totale dna-onderzoek gepresenteerd. Dit wees nu nog eens onomstotelijk uit dat de peuken van Cas S. waren.











