Op 5 maart 1984 worden in hun woning aan de Argonautenstraat in Amsterdam door een buurman de lichamen gevonden van de 33-jarige Corina Bolhaar en haar twee kinderen Sharon (6) en Donna (9). Corina’s derde kind, de 1-jaar oude Brian, staat in zijn bedje te huilen. De drie slachtoffers zijn waarschijnlijk de vorige ochtend door wurging en messteken om het leven gebracht.
De recherche vindt geen sporen van braak en concludeert dat Corina haar moordenaar waarschijnlijk vrijwillig heeft binnengelaten. Als enige andere aanwijzing staan er twee koffiekopjes en een thermoskan in de woonkamer. Maar daarop worden geen bruikbare sporen aangetroffen.
In eerste instantie wordt de ex van Corina, die de vader is van Donna en Sharon, verdacht. Maar al snel blijkt dat hij op de dag van de moorden in Andorra verbleef. Twee weken later arresteert de politie dan een serieuze verdachte. Het is de 28-jarige Louis H. een nogal ruige motorrijder met een aanzienlijk strafblad voor geweldsdelicten. Maar hij ontkent iedere betrokkenheid.
Uit onderzoek blijkt dat deze Louis een los-vast-relatie had met Corina en dat hij op de dag van de moorden onder invloed van drank en peppillen door een taxi is afgezet in de buurt van Corina’s woning. Als de recherche hem hiermee confronteert, geeft hij toe dat hij er inderdaad aan de deur is geweest, maar dat er op zijn aanbellen niet werd opengedaan. Daarna zou hij met de tram weer zijn weggegaan.
De politie gelooft er weinig van: het is immers onlogisch dat in de woning waar vier mensen aanwezig waren, niemand de deurbel heeft gehoord. Bovendien herinnert zich geen van de ondervraagde tramchauffeurs dat er op die vroege zondagmorgen een opvallende figuur als Louis H. is meegereden.
Op 1 mei 1984 moet men Louis H. wegens gebrek aan bewijs weer laten gaan. En daarmee is direct het laatste nieuws uit de drievoudige moord gemeld. De gruwelijke zaak zakt weg in de vergetelheid.
Peter wilde daarom met het zicht op de snel naderende verjaring (5 maart 2002) in een ultieme poging, dus voor de dader voor altijd vrijuit zou gaan, nog een maal in een uitgebreid dossier aandacht aan de zaak besteden. Maar toen hij om medewerking van justitie en politie vroeg, stuitte hij op een muur van onwil en bureaucratie. Men was aanvankelijk zelfs het hele dossier kwijt en toen het eindelijk boven water was, vond men het te veel moeite om zelfs maar nog een keer door te lezen.












