Een leven op een tropisch eiland is voor velen een droom. Maar als je doodziek, op de vlucht en geïsoleerd bent dan wordt zo’n idyllische bestemming al gauw een nachtmerrie. En als je dan ook nog eens niet kunt terugkeren naar je vaderland dankzij blunders van justitie dan wordt zelfs het paradijs een hel. Het overkwam Rotterdammer Bert Schilder. Hij overleed op 31 maart 2004 aan de gevolgen van longemfyseem. ‘Lange Bert’ was opgenomen in het getuigenbeschermingsprogramma van justitie maar werd ondanks zijn levensbedreigende ziekte aan zijn lot overgelaten.
Bert Schilder was een zware jongen, die liefst 44 keer in aanraking kwam met justitie. Begin jaren negentig kreeg hij zelfs acht jaar celstraf wegens moord. In 1998 meldde Schilder zich bij de Criminele Inlichtingendienst (CID) omdat hij de politie naar Henk Rommy, bijgenaamd de Zwarte Cobra, kon leiden. Deze Rommy, die wordt gezien als een van de grootste drugsbaronnen van Nederland, werd op dat moment gezocht wegens vermeende drugshandel, maar zat ondergedoken in het buitenland. Schilder maakte een deal met justitie: voor 25.000 gulden zou hij Rommy in de val laten lopen.
Het opmerkelijke verraad van Schilder had alles te maken met een oude vete om drugsgeld. Schilder had in het verleden namelijk eens 100.000 dollar van Rommy afgepakt. En toen Schilder hem in Spanje ineens weer tegen het lijf liep kreeg hij het bange vermoeden dat Rommy wraak wilde. Hij vreesde de reputatie van de Zwarte Cobra die in verband wordt gebracht met enkele keiharde liquidaties in de onderwereld. Schilder koos eieren voor zijn geld. Hij nam contact op met de CID en arrangeerde vervolgens een nieuwe ontmoeting met Rommy.
En zo kon het dat de Spaanse politie er – geassisteerd door Nederlandse collega’s – als de kippen bij was toen Rommy en Schilder in januari 1998 op een terras zaten in het Zuidspaanse Fuengirola. De dubbelrol van Schilder lekte echter direct uit door toedoen van de Nederlandse politieagenten. Zij zeiden tegen hun Spaanse collega’s dat ze Schilder mochten laten gaan omdat ze Henk Rommy moesten hebben. Die begreep toen meteen dat hij was verraden door Bert Schilder. Een onvoorstelbare blunder van justitie die nu de boel moest zien te redden.
En de schrik werd nog groter toen Rommy veel eerder vrijkwam dan verwacht. Schilders leven was nu serieus in gevaar en nadat hij eerst in diverse vakantieparken was ondergebracht, stemde hij erin toe in een getuigenbeschermingsprogramma te worden geplaatst. Schilder kreeg een nieuwe naam – Bram Swaluw – en mocht zelf kiezen waar hij een nieuw leven wilde beginnen. Bert Schilder koos voor het Venezolaanse eiland Isla Margarita. Hij tekende een contract met de minister van justitie met de volgende voorwaarden: hij ontving 25.000 gulden tipgeld, een vliegticket naar zijn nieuwe woonplaats, 45.000 gulden om daar een nieuw bestaan op te bouwen en een justitiële uitkering van 2500 gulden per maand.








