Op 22 juli 2005 vindt een wijkagent in de bosjes van het Jaagpad in Rijswijk het stoffelijk overschot van een jonge vrouw. Het blijkt het lichaam van Anneke van der Stap, het 22-jarige meisje dat dan al twaalf dagen is vermist en waarnaar iedereen inmiddels op zoek is.
Het lichaam van Anneke verkeert in verre staat van ontbinding, waardoor het voor de patholoog-anatoom niet mogelijk is een exacte doodsoorzaak vast te stellen. Op de plaats delict worden ook geen haren, huidcellen of spermasporen aangetroffen die meer over de toedracht kunnen vertellen.
Laatste uren
Eerste prioriteit voor het rechercheteam dat de zaak onderzoekt is het nauwkeurig in kaart krijgen van hoe de laatste uren van Anneke eruit hebben gezien. Anneke werd voor het laatst gezien op 11 juli 2005, toen ze door een vriend op het station in Enschede op de trein naar huis werd gezet.
Uit onderzoek blijkt dat de trein die avond om 21.27 uur uit Enschede is vertrokken en om 22.52 uur is aangekomen in Amersfoort. Daarna moest Anneke overstappen in de trein naar Den Haag. Deze trein is om 23.01 uur vertrokken en aangekomen om 23.53 uur. Niemand heeft haar echter in een van deze treinen of op het station gezien. Of Anneke daadwerkelijk in deze treinen heeft gezeten is onbekend, zo concludeert de recherche.
Openbaar vervoer
Ook is het voor de rechercheurs onduidelijk hoe Anneke op de plaats delict terecht is gekomen. Er zijn twee manieren om er ’s nachts te komen: met de tram of met de auto. Maar de recherche vindt geen enkel bewijs dat Anneke die nacht met het openbaar vervoer is gekomen. Ook lijkt het uitgesloten dat Anneke een lift heeft gehad, het ligt niet in haar karakter om bij een wildvreemde in de auto te stappen. Ook taxichauffeurs kunnen zich het meisje niet herinneren.







