De 47- jarige Bernard K. is een man met een tamelijk gewelddadige reputatie. Hij draagt meestal een vuurwapen bij zich en hij zou regelmatig op De Posbank komen omdat dit een van zijn werkterreinen is als autokraker. Van K. wordt gezegd dat hij in zijn criminele loopbaan regelmatig de dans kon ontspringen door zijn goede contacten met de politie. Hij traint namelijk al jaren politiehonden.
We spelen de tip, die ons geloofwaardig in de oren klinkt, op 27 maart 2008 door aan de politie. In de weken en maanden die volgen, vernemen we weinig tot niets en dus besluiten we in alle stilte over te gaan tot een verborgen camera-actie. Onze informant geeft aan dat hij Bernard K. wellicht zo ver kan krijgen dat hij nog een keer over de gruwelijke moord van enkele jaren geleden wil praten.
Al snel wordt duidelijk dat Bernard K. zich inderdaad beweegt in een schimmig circuit waar het aan de man brengen van gestolen goederen aan de orde van de dag is. Over de gebeurtenissen van De Posbank laat Bernard zich echter niet uit. Zo blijft de vraag of deze Bernard werkelijk de man is achter de moord op Alex Wiegmink.
Maanden gaan voorbij, maar dan is er ineens een ontwikkeling. Op 15 oktober 2008 maakt de politie bekend dat het onderzoek naar de moord op Alex Wiegmink is heropend. Twee dagen later wordt Bernard K. gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de Posbankmoord.
Dan blijkt dat er nog een getuige is aan wie Bernard K. kennelijk heeft opgebiecht dat hij iets te maken heeft met de moord op De Posbank. Zijn eigen zus Willie heeft haar geweten laten spreken. Willie zit in een getuigenbeschermingsprogramma, omdat ze bang is voor wraakacties van haar gewelddadige broer. Dit betekent dat zij buiten haar naaste familie en advocaat met niemand contact mag hebben. Als zij wekenlang niets hoort van politie en justitie, besluit ze tegen alle regels in contact op te nemen met onze redactie.
Willie vertelt dat Bernard K. onder meer actief is in autokraken en dat de parkeerplaatsen bij De Posbank als een van de werkterreinen diende. Op die bewuste 20e januari was Bernard K. samen met ene Jan, een kompaan, ‘aan het werk’ toen hij marathonloper Alex tegen het lijf liep. Bernard heeft Alex, die op dat moment ooggetuige was van de criminele praktijken van K., om het leven gebracht. Johan, een tweede handlanger, is vervolgens opgetrommeld om ervoor te zorgen dat het stoffelijk overschot zo snel mogelijk van de plaats delict verwijderd werd, om net te doen alsof Alex tachtig kilometer verderop was vermoord.











