Het is 20 januari 2003 als de 44-jarige huisschilder Alex Wiegmink niet verschijnt bij het avondeten. Dit is helemaal niets voor Alex, die een uiterst ordelijk bestaan leidt. Zijn drie zoons en echtgenoot Greet zijn dodelijk ongerust. Greet weet dat Alex voor het avondeten nog zijn gebruikelijke parcours ging rennen in natuurgebied De Posbank bij Rheden, waar hij drie keer in de week traint voor de marathon. Doorgaans traint hij daar een uurtje om op tijd te terug te zijn bij zijn vrouw en kinderen, maar deze grijze regenachtige middag in januari verloopt het anders.
Alex Wiegmink rondt om kwart over drie zijn laatste schilderklus af in Arnhem. Vanuit Arnhem rijdt hij naar De Posbank waar hij rond vier uur die middag zijn auto parkeert op de stille parkeerplaats Bloemers midden in het natuurgebied. Tegen zeven uur is Alex nog steeds niet thuis en Greet besluit om met een van haar zoons poolshoogte te gaan nemen. Als ze bij parkeerplaats Bloemers aankomen, is de auto van Alex in geen velden of wegen te bekennen. Greet vermoedt dat er iets ernstigs met haar man moet zijn gebeurd en besluit de politie te bellen. Niet lang daarna wordt haar angstige voorgevoel bevestigd.
Op zo’n tachtig kilometer van De Posbank wordt even na achten in de bossen bij het Brabantse Erp een uitgebrande auto gevonden met op de achterbank een verkoold lichaam. Het kenteken van de wagen staat op naam van Alex Wiegmink. Aan de hand van gebitgegevens achterhaalt het Nederlands Forensisch Instituut dat het inderdaad gaat om het stoffelijk overschot van Alex Wiegmink. Verder wordt uit onderzoek duidelijk dat Alex niet meer leefde toen de auto in brand werd gestoken. De doodsoorzaak is dus een andere, maar wat is er dan gebeurd in de uren dat Alex uit zijn auto stapte om zijn gebruikelijke trimronde te doen en het moment dat zijn auto 80 kilometer verderop wordt ontdekt?
De politie stelt een grootscheeps onderzoek in waarbij maar liefst zeshonderd getuigen worden gehoord. Een van de getuigen heeft de politie op de avond van de moord zelf gebeld. Hij fietste die avond toevallig langs parkeerplaats Bloemers en is getuige geweest van een vreemd tafereel. Hij zag twee mannen met een Oost-Europees uiterlijk staan bij een lichaam dat op de grond lag. Het signalement helpt de politie niet echt verder. De recherche sluit niet uit dat Alex wellicht autodieven of inbrekers heeft betrapt. Daarnaast zouden er aanwijzingen zijn dat Wiegmink gechanteerd werd met iets uit zijn jeugd, maar Alex had zelf geen contacten in het criminele circuit. Het raadsel van De Posbank blijft onopgelost, totdat Peter in maart 2008 een belangrijke tip binnenkrijgt.
De tipgever meldt meer te weten over de moord en mogelijk over de dader. Uit angst voor wraakacties wil de tipgever absoluut anoniem blijven. Onze informant laat weten dat een inwoner van Arnhem, ene Bernard K., heel kort na de moord zou hebben opgebiecht dat hij een man op De Posbank heeft gedood. Hij zou geen andere keuze hebben gehad. De directe aanleiding voor de moord is onduidelijk, maar waarschijnlijk heeft het iets te maken met de criminele praktijken van deze Bernard K.. K. zou zich door het hele land toeleggen op auto-inbraak, zo meldt de tipgever. Het kan dus zijn dat Alex die bewuste avond getuige was van een auto-inbraak en dat dit hem uiteindelijk fataal is geworden.











