Op maandag 31 juli 1978 doet de zoon van de familie Rijnvos uit Hoeven een afschuwelijke ontdekking. De man verschijnt deze ochtend bij de woning van zijn ouders aan de Julianastraat, waar hij heeft afgesproken om te komen schilderen. Hij ziet rook kringelen uit de woning, die is afgesloten. Eenmaal binnen treft hij in de gang zijn vader, moeder en zuster aan met ingeslagen schedels en diverse steekwonden. Er is ook brand gesticht in de woning.
De slachtoffers zijn de 78-jarige Janus Rijnvos, zijn 68-jarige vrouw Tonia en hun 38-jarige dochter Riet. Drie onschuldige mensen zijn ten prooi gevallen aan een volstrekt gestoorde psychopaat: Aalt M.
Aalt M.; zijn criminele carrière begint al in zijn pubertijd. Hij is zwaar verslaafd en vertoont paranoïde trekjes. In 1976, Aalt is dan 20, komt het tot een eerste uitbarsting. Hij bedreigt een jongen uit het milieu en krijgt daarvoor 4 maanden cel plus tbs. In de kliniek blijkt hij onhandelbaar en na een ontsnapping slaat hij alles kort en klein. Twee jaar later ontsnapt hij weer uit een behandelcentrum. Deze keer duikt hij onder met zijn vriendin Hilda in Amsterdam-West. Na avances van de hospita van het onderduikadres, mishandelen Aalt en zijn vriendin de vrouw zo ernstig dat zij blijvend verlamd raakt. De twee vluchten naar Brabant, wat fatale gevolgen zal hebben voor drie onschuldige mensen.
Op zondagavond 30 juli 1978 is Aalt M. met zijn 17-jarige vriendin in Hoeven. Volstrekt willekeurig kiezen de twee een woning. Ze bellen aan bij een huis aan de Julianastraat 2. Het is de woning van de familie Rijnvos. Er zijn geen getuigen meer, want in blinde agressie vermoordt Aalt M. alle drie de bewoners van het huis.
De gruweldaad brengt een enorme schok teweeg. Vooral als na de arrestatie van Aalt en zijn vriendin blijkt dat het hen te doen was om geld. De buit: nog geen tientje. Aalt M wordt voor de drievoudige moord in Hoeven tot 15 jaar cel en TBS veroordeeld. Maar daarmee is het geweld nog niet ten einde.
Aalt wordt al vrij snel vanuit de gevangenis naar de Van Mesdagkliniek in Groningen overgeplaatst, omdat hij vanwege zijn geestesstoornis in een gevangenis niet te handhaven is. Maar ook tijdens zijn verblijf in TBS-inrichtingen blijkt Aalt zowel onhandelbaar als onbehandelbaar. Tot twee maal toe gijzelt hij met geweld een hulpverlener.
Aalt stuurt Peter een manuscript, waarin hij zijn veelbewogen leven beschrijft. Titel: ‘Toevertrouwd aan de duivel’.




