
Paul van den Hoven
Knopen op de plaats delict kunnen belangrijke aanwijzingen bevatten over de intentie waarmee ze zijn gelegd, maar ook over het aantal knopenleggers en hun achtergrond. In het derde deel van deze serie over forensisch onderzoek doet Paul van den Hoven, lid van het Mobiel Forensisch Team (MFT) en knopenexpert aan het NFI, zijn verhaal.
“De politie trof in een soort SM-situatie een overleden persoon aan, hangend in touwen aan een balk in zijn woning. In eerste instantie leek het onmogelijk dat hij de knopen zelf had gelegd”, vertelt Van den Hoven. “Totdat bleek dat de knopen op het lichaam en de wijze van binden sterke overeenkomsten vertoonden met knopen die elders in de woning werden aangetroffen. Die man kon dus wel zelf zijn dood hebben veroorzaakt.”
Overval
Ook in andere zaken maakt forensische knopenanalyse het nodige duidelijk over de dader en de toedracht. “Bij de politie kwam een melding binnen van een overval. Het slachtoffer werd door agenten in huis gevonden met zijn polsen en enkels bijeen gebonden. Het leek uitgesloten dat hij dit zelf had gedaan”, vertelt de deskundige. “Maar toen we de bindingen bekeken en ze analyseerden, bleek ook in dit geval dat het slachtoffer de knopen zelf had gelegd. Verder politieonderzoek kon hierdoor uitblijven.”

Een dader legt op een plaats delict vaak de knopen die hij goed kent
Het Mobiel Forensisch Team (MFT) van het NFI, waar Van den Hoven deel van uitmaakt, is gespecialiseerd in het zoeken, vinden, veiligstellen en het analyseren van sporen op de plaats delict, vooral in complexe situaties. Forensische knopenanalyse is een van de specialismen van het MFT. Deze expertise wordt gemiddeld zo’n vijftien keer per jaar ingeroepen.
Veters strikken
“Mensen leggen hun knopen meestal op een manier die ze gewend zijn, of waarvan ze weten dat die effectief is”, aldus Van den Hoven. “Als je je veters strikt, dan doe je dat zeer waarschijnlijk altijd op dezelfde manier. Probeer maar eens om knopen te leggen op een andere manier dan je gewend bent. Dan kom je snel tot de ontdekking dat dat heel moeilijk is. Het is een gewoonte die erin is geslopen. Dat geeft wel aan dat een dader op een plaats delict vaak de knopen legt die hij goed kent. In een stresssituatie is het onwaarschijnlijk dat iemand opeens andere knopen gebruikt.”
“Er zijn duizenden soorten knopen, maar gelukkig kennen veel mensen er maar een aantal”, vertelt Van den Hoven. “Is het slachtoffer ingepakt en zijn de knopen allemaal op dezelfde manier gelegd, dan kan dat een indicatie zijn dat er één dader aan het werk is geweest. Worden er verschillende soorten knopen gebruikt, dan zou dit erop kunnen wijzen dat er meerdere daders bij betrokken zijn geweest.”

Een onschuldige platte knoop
Dodelijk wapen
Het verraderlijke aan knopen, benadrukt Van den Hoven, is dat ze kunnen veranderen. Door beweging, bijvoorbeeld door transport, kunnen knopen verdwijnen of verschuiven. “Dat is ook de reden dat we het onderzoek het liefst op de plaats delict zelf doen. Je weet nooit zeker of een knoop zo gelegd is, dus zo bedoeld is, of zo gewórden is. Een onschuldige platte knoop kan veranderen in een dodelijk wapen als je aan het verkeerde uiteinde trekt. Dan begint de knoop te schuiven en ontstaat er een strop.”
Knopen kunnen van onschatbare waarde zijn bij de zoektocht van de politie naar daders. Van den Hoven geeft een voorbeeld: “Je kunt er de verklaring van een verdachte mee toetsen. Als een verdachte vertelt dat hij het slachtoffer heeft ingepakt en vastgeknoopt. Dan wordt gevraagd of hij wil laten zien hoe hij dat gedaan heeft. Als de knopen dan niet overeenkomen, dan zou dat een aanwijzing kunnen zijn dat die persoon de knopen die op het slachtoffer zijn aangetroffen niet heeft gelegd.”

Knopen kunnen van groot belang zijn bij de zoektocht naar de daders
Maasmeisje
Het succes van de analyse bewees het team bijvoorbeeld in de zaak van het Maasmeisje. Het lichaam van de Rotterdamse tiener werd in 2006 in delen in zakken gedumpt in de Maas. De knopen van de touwen rond de pakketten vormden een onderdeel van het bewijs tegen de vader van het Maasmeisje. Het waren zeldzame zeemansknopen die hij feilloos kon hanteren. Bovendien werden bij hem thuis kerstspullen gevonden die op dezelfde manier waren vastgebonden.
Dergelijke bevindingen kunnen in de opsporingsfase van groot belang zijn, voor de rechter blijft de rol van knopen waarschijnlijk beperkt tot aanvullend bewijs. Maar touw en knopen kunnen nog meer informatie opleveren, want het forensisch onderzoek richt zich tegelijk ook op DNA-, vezel- en andere sporen. “Zonder kennis van bepaalde knopen kun je minder goed bepalen waar je DNA zou kunnen aantreffen op een touw of koord”, vertelt Van den Hoven. “Dat bevindt zich met name op de plekken waar handen het touw moeten hebben geknoopt en strakgetrokken. Als je erop gespitst bent, dan herken je dat en kun je dat gebruiken in het onderzoek.”

Het verschil tussen een Engelse en een Nederlandse paalsteek
Bergbeklimmers
Onder andere bergbeklimmers, zeilers en mensen van de scouting hebben vaak specifieke kennis op het gebied van knopen. Daarom is Van den Hoven samen met zijn collega’s onder meer in de leer geweest bij de Marine om de nodige kennis op te doen. “Als je de Nederlandse Marine vraagt om een paalsteek te leggen, dan doen ze dat op een bepaalde manier, met het uiteinde van het touw aan de buitenkant. De Engelsen daarentegen leggen hem anders, met het uiteinde aan de binnenkant. Als je zo’n knoop aantreft op de plaats delict, dan weet je dat de dader wel eens uit het buitenland kan komen, zoals in dit geval bijvoorbeeld Engeland.”
Van den Hoven heeft ook ervaren dat zaken pas in een laat stadium voor nader onderzoek worden aangeboden. “Zaken bijvoorbeeld die aanvankelijk zijn opgepakt als een zelfmoord, maar waarin later aanwijzingen voor moord naar voren kwamen. Dan loop je als sporendeskundige een beetje achter de feiten aan. Maar het is voor de politie ook vrijwel onmogelijk om de knopenexperts er in alle gevallen meteen bij te halen.”
Buitenland
Samen met zijn collega’s is Van den Hoven druk bezig om de knopenanalyse bekender te maken in binnen- en buitenland. Collega-instituten door heel Europa hebben al aangegeven interesse te hebben in de mogelijkheden die knopenanalyse biedt en openstaan voor samenwerking. “We timmeren hard aan de weg”, besluit Van den Hoven. “Het is van belang dat mensen op de plaats delict in een vroeg stadium alert zijn en de mogelijkheden voor dit onderzoek herkennen. Dat horen we ook van cursisten. Die zeggen: met wat ik nu weet, had ik veel zaken uit het verleden misschien wel anders gedaan.”
Volgende week: Erwin van Eijk, forensisch onderzoeker op de afdeling Digitale Technologie en Biometrie van het NFI.
- Klik hier voor deel 1 van CSI in de polder, met DNA-deskundige Lex Meulenbroek
- Klik hier voor deel 2 van CSI in de polder, met bloedspoorpatroondeskundige Mikle van der Scheer
Marijke Kuin
Redactie Peter R. de Vries




