Tiplijn:
0800 - 333 2 333

CSI in de polder: deel 5
donderdag 21 april 2011, 13:10 uur
CSI in de polder: deel 5

Frank van de Goot

Zijn fascinatie voor lijken ontstond in het derde jaar van de LTS. “Een klasgenoot, een pathologisch leugenaar overigens, beweerde dat hij 1000 gulden had verdiend met het wassen van lijken”, vertelt Frank van de Goot. “Dat wilde ik ook. Ik vertelde mijn klassenleraar dat ik forensisch patholoog wilde worden. Hij zei: vent, je bent hartstikke gek, daar ben je nog tenminste vijfentwintig jaar mee bezig. Het werden er tweeëntwintig.”

Na de middelbare laboratoriumschool haalde Frank van de Goot zijn HBO-propedeuse. Daarna is hij in één keer doorgedenderd: vier jaar Geneeskunde aan de VU, twee jaar co-schappen, terug naar de VU voor vijf jaar Pathologie, richting Duitsland voor een paar forensische opleidingen, in Nederland vijf jaar de specialisatie tot klinisch patholoog en nog eens drie jaar voor gerechtelijke pathologie.

Als forensisch patholoog onderzocht Frank van de Goot inmiddels zo’n 3500 doden. Zijn voornaamste missie: de doodsoorzaak achterhalen. “Ik kreeg ooit een man binnen met 184 messteken in zijn lijf. Een brute moord, daar leek geen twijfel over mogelijk”, vertelt Van de Goot. “Einde van het verhaal: die man had zich in een psychose al die keren zelf gestoken. Ja, dit vak blijft me elke dag verbazen.”

Pim Volkers

Verilabs

Van de Goot is met zijn eigen Centrum voor Forensische Pathologie verbonden aan Verilabs. Het commerciële onderzoeksbureau in Leiden zette in 1999 voorzichtig de eerste stappen op de forensische markt, net als een handjevol andere bedrijven. “Het grootste voordeel van concurrentie op de CSI-markt is snelheid”, meent Pim Volkers, directeur van Verilabs. “Voor de rapportage over de sectie van een lijk staat bij het NFI een levertijd van drie maanden, wij kunnen dat in twee weken.”

“Verilabs biedt net als het NFI het hele scala aan forensisch onderzoek, van DNA-onderzoek en wapenonderzoek tot munitie-onderzoek en bloedspoorpatroonanalyses”, vertelt Volkers. Het bureau is gelieerd aan het internationale forensische onderzoeksbedrijf LGC Forensics, dat jaarlijks zo’n 1650 moordzaken draait. LGC deed onder meer onderzoek naar de dood van prinses Diana, de bomaanslagen in Londen en de vergiftiging van ex-KGB’er Litvinenko.

Congo

Gerechtelijke secties in binnen- en buitenland laat Verilabs doorgaans door Frank van de Goot uitvoeren. Zo reisde het team af naar Congo om onderzoek te doen naar de dood van de vermaarde mensenrechtenactivist Floribert Chebeya. “De man werd in een buitenwijk op de achterbank van zijn auto gevonden, omringd door seksspeeltjes, viagrapillen en condooms”, vertelt Van de Goot. “Iedereen sprak van moord, mensen hadden met eigen ogen gezien dat hij bont en blauw was geslagen. Een hoge politiechef had de moord bekend, dus één plus één leek twee.”  

Congolees Floribert Chebeya stierf aan een zwak hart

Het bewijs dat je als forensisch patholoog nooit mag geloven dat iets is wat het lijkt. “Wat mensen allemaal ‘met eigen ogen zien’ is verbijsterend”, vertelt Van de Goot. “Ik zag helemaal geen blauwe plekken of rare dingen, alleen wat plekjes op de polsen omdat hij vastgebonden was geweest. Het was een totaal in scène gezette plaats delict! Die man was gestorven aan een zwak hart. Van moord was absoluut geen sprake.”

Juridische fijnslijperij

Toch gaat de forensisch patholoog liever niet blanco een zaak in. “Nee, die juridische fijnslijperij, dan krijg je waardeloze rapporten. Iedereen die naar een huisarts gaat vindt het heel normaal dat je honderduit vertelt, dan kan hij een goede diagnose stellen. Maar wat ze eigenlijk tegen mij zeggen: jij krijgt helemaal niks, zoek het maar uit en als het waar is, dan vind je het vanzelf wel. Dat is natuurlijk volstrekt onwerkbaar.”

“We moeten sowieso accepteren dat er jaarlijks honderden misdrijven doorglippen”, vervolgt Van de Goot. “Er kwam eens een mevrouw binnen die al door de schouwarts bekeken was. Niets aan de hand, natuurlijk overlijden. Of ik er voor de zekerheid toch even naar wilde kijken. Wat bleek? Haar complete strottenhoofd was in elkaar geknepen. De schouwarts had het over het hoofd gezien en een natuurlijke dood afgegeven.”

In Nederland worden te weinig forensische secties gedaan

Ook Pim Volkers is van mening dat er in Nederland te weinig forensische secties worden gedaan. “Bij verkeersongelukken zou er standaard een gerechtelijke sectie gedaan moeten worden”, meent Volkers. “In Zweden doen ze bij alle verkeersslachtoffers in ieder geval toxicologisch onderzoek. In Nederland komen in het verkeer jaarlijks ruim 600 mensen om het leven. Daarbij wordt slechts in een enkel geval sectie verricht.”

Roemenen

Van de Goot, die jarenlang zelf voor het NFI werkte, is trots op zijn vak. Maar ook is hij bezorgd dat er steeds minder collega’s zijn. “Een gedegen opleiding is er niet, de meeste pathologen kiezen voor de klinische pathologie, waarbij het om de doodsoorzaak van natuurlijk overleden mensen gaat”, vertelt Van de Goot. Hem inbegrepen zijn er nog maar vijf forensisch pathologen in Nederland. “Waarvan twee bijna zestig worden. Wat als wij er niet meer zijn? Een stelletje Roemenen laten invliegen? Tja, dat zal wel moeten.”

“Door de concurrentie op de forensische markt zijn de levertijden bij het NFI flink gedaald”, vervolgt de forensisch patholoog. “Het is een prachtig instituut dat topkwaliteit levert, óndanks het management. De managers zijn naar mijn idee vakinhoudelijk niet goed op de hoogte.” Met zijn eigen Centrum voor Forensische Pathologie hoopt Van de Goot ooit zelf een opleiding te starten. “Ik wil geen managers, maar puppies om me heen hebben. Jonge mensen aan wie ik mijn vak kan overdragen. Als je je vak niet uitdraagt, sterf je uit.”

Het zijn ‘zware jongens’ die in lijken wroeten, zo lijkt het

Zware jongens

Animo onder studenten voor misschien wel de meest lugubere baan van Nederland is er volgens Van de Goot genoeg. “Er is massale interesse, ook bij huisartsen. Er is een soort honger naar praktische kennis bij een lijkschouwing”, vertelt Van de Goot. “Laten we beginnen met veertien dagen praktische forensische theorie voor studenten. Vertel ze wat er in bejaardenhuizen gebeurt, hoeveel misdrijven er jaarlijks doorglippen. Het nadeel hiervan is dat de studenten dingen gaan herkennen en het einde zoek is.”

Verhalen te over, forensisch pathologen kijken van weinig nog op. Het zijn ‘zware jongens’ die in lijken wroeten, zo lijkt het. “Op het moment dat je emotioneel betrokken raakt, moet je ermee ophouden”, zegt Van de Goot. “Het klinkt misschien gek, maar ik heb lol in mijn werk. Wat me nog wekelijks verbaast is het speelse gemak waarmee mensen elkaar de meest rare dingen aandoen.”

Klik hier voor de eerste vier afleveringen van ‘CSI in de polder’.

Marijke Kuin
Redactie Peter R. de Vries

Laatste update: dinsdag 26 april 2011, 16:47 uur